Nr. 60

Robert Nesta Marley was een Jamaicaans reggae-artiest. Hij draagt de bijnaam The King of Reggae. Hij was één van de belangrijkste verantwoordelijken voor de doorbraak van reggae buiten Jamaica en gold tevens als belangrijk voorvechter van het rastageloof.

Bob Marley had tijdens de jaren 70 over de hele wereld reggaehits, als No Woman, No Cry en I Shot the Sheriff. Hij bracht reggaealbums uit als Exodus en Uprising. Samen met zijn vrouw Rita Marley is hij een symbool voor de rastafari-beweging.. etc

NummerNr. 60
Prijsjensdevrome@icloud.com
Afmeting70 x 80

Bob Marley

Stipjes brengen iconen (weer) tot leven 

Popart van Jens Devrome 

Enkel een witte of gekeurde achtergrond en stipjes. Stipjes die bekende personen uitbeelden. Een silhouet van kleur, net wel of net niet herkenbaar. Jens Devrome houdt ervan om de kijker te verwarren. Hij wil een gesprek losmaken, zodat een nieuwe werkelijkheid kan ontstaan, een nieuw verhaal. 

Zijn eerste popartwerken maakte hij in 2017. Toen was Jens nog zoekende. Zijn handschrift begon al wel zichtbaar te worden: heldere kleuren, vervreemding en een soort simpelheid. De verf brengt hij nauwkeurig aan met een penseel, in tegenstelling tot zijn action paintings, waarbij hij de kleuren op het doek smijt.  

Reliëf

Deze serie werken is geïnspireerd op de popartkunststroming uit de tweede helft van de 20e eeuw. Een stroming die reageerde op de opkomende massacultuur. Andy Warhol ging voor herhaling door druktechnieken te gebruiken. Jens daarentegen omarmt uniekheid in zijn werk. Ieder stipje zet hij met de hand. Roy Lichtenstein gebruikte ook stipjes, ook wel de Ben Day dots genoemd. Kleine puntjes in de kleuren blauw, rood, geel en zwart. Zo klein dat het kleurvlakken werden. Jens kiest er juist voor om de verf te laten zien. Als je zijn werken van de zijkant benadert, zie je reliëf. De personen komen (weer) tot leven. 

Wil Jens de popartkunstenaars evenaren? Absoluut niet, hij laat zich graag inspireren door zijn voorgangers. “Wij zijn allemaal nakomelingen van andere kunstenaars. De uitdaging is om geen kopie te zijn, maar elementen eruit te halen die bij je passen en daaraan je eigen ding toe te voegen, om je eigen authenticiteit te creëren.” 

Persoonlijke iconen 

Waar popart vaak wordt gezien als onpersoonlijk, zeggen de geportretteerden iets over het leven van Jens. Hij hoorde ze, hij zag ze, hij sprak over ze. Ze zijn allemaal onderdeel geweest van zijn leven. De Mona Lisa, Barack Obama, Charlie Chaplin, Johnny Depp. Het zijn zijn persoonlijke iconen.  

Madonna is zijn eerste popartwerk. Hij zag het beeld op een cd-cover en raakte geïnspireerd. Dit is het enige werk waarbij de stipjes beweging suggereren. In de werken daarna bleven enkel de puntjes over. “Dat is genoeg. De kleuren brengen het werk tot leven.”

Eigen verhaal 

Ieder werk begint met een foto die hem raakt. Jens schetst de hoofdlijnen op papier. Hij denkt niet na. “Het werk bestaat al in mijn hoofd en de lijnen ontstaan vanzelf.” Bij zijn eerste popartwerken bleef de achtergrond wit, bij de latere doeken verschijnt een wolkachtige gekleurde laag. “Hierdoor geef ik de geportretteerde meer persoonlijkheid mee.” Over de achtergrond zet hij de geschetste lijnen en dan …, dan gaat het werk pas echt beginnen:

Jens zet de radio aan, denkt aan de persoon die hij schildert en start met het zetten van stipjes. Kleur over kleur, laag over laag. Urenlang. Het denken schakelt zich uit. Hij wordt kalm, dromerig. In een soort trance schildert hij het silhouet op het doek. “Ieder werk is anders, want iedere persoon is uniek en iedereen heeft zijn eigen verhaal.”